Anouar Haddouchi, IS-opperbeul en Belgisch wereldkampioen koppensnellen

Waarin een klein land groot kan zijn

door Johan Sanctorum – www.doorbraak.be .

Een eindeloze reeks aanslagen en de gruwel van een kalifaatregime dat nu zijn laatste dagen kent, zijn uit dit religieuze fascisme voortgekomen. België heeft er een beduidende bijdrage aan geleverd : we staan aan de top inzake het aantal Syriëstrijders, en, straffer nog : ergens loopt er een zekere Abou Souleiman al-Belgiki vrij rond. Volgens de meeste ingewijden is dat de bijnaam van Anouar Haddouchi, financier van de aanslagen in Europa, en de man die eigenhandig 110 onthoofdingen in naam van Allah op zijn naam heeft staan. Een VIP in de Islamitische Staat.

Haddouchi bezit de Belgische nationaliteit, woonde in Schaarbeek  en vertrok in 2014 samen met zijn bekeerde vrouw Julie Maes en hun twee kinderen naar Syrië. We kunnen hem een mooi plaatsje geven op de lijst van illustere namen die gelinkt zijn aan de de aanslagen in Parijs en Brussel : Oussama Atar (het vermoedelijke brein), Ibrahim en Khalid El Bakraoui, Abdelhamid Abaaoud, Bilal Hadfi, en niet te vergeten natuurlijk de gebroeders Abdeslam. Allemaal in Belgiê opgegroeid, de meesten in het Brusselse, met Molenbeek als onbetwiste favoriet.

De tijdbom van de multicultuur

Het blijft een boeiende vraag waarom dit kleine land zo’n vruchtbaar kweekbed is voor islamterroristen en de criminele zijtakken. Expert/ervaringsdeskundige Montasser AlDe’emeh, zelf ooit kandidaat-terrorist, houdt het bij een jeugdige drang naar vastigheid, het absolute, vanwege ontwortelde jongeren zonder perspectief, hangend tussen moderniteit en de ouderlijke roots. Afkeer van de westerse decadentie waar men zelf aan deelneemt (allemaal met een smartphone), en dus tegelijk hang naar statussymbolen (de welbekende BMW-allochtoon), afgunst die dan weer aanzet tot kleine en grote criminaliteit. Combineer dat met een compleet verwrongen kijk op seksualiteit, een cultureel ingegeven macho-mentaliteit die hier niet meer geaccepteerd wordt, en je hebt de perfecte mix voor een losgeslagen religieus radicalisme.

Dat klinkt allemaal plausibel. Niettemin geldt deze uitleg voor heel de westerse wereld en blijft de vraag : waarom piekt België in de Jihadi-statistieken en waarom hebben wij de eer van de IS-opperbeul als landgenoot te hebben ? Mijn hypothese: België is het enige Europese land dat de multiculturaliteit koestert als onderdeel van een regime-ideologie.

Door zijn historische status van ‘constructie’, een artificiële staat die in de nasleep van het Verdrag van Wenen (1815) ontstond, kon België niet anders dan zich positioneren als open land, hybride en enigszins chaotisch, met het surrealisme als voornaamste artistieke vertegenwoordiger. Een lappendeken van culturen, meningen, politieke tendensen, in evenwicht gehouden door een onmogelijke ideologie van de balans, het pact, het fameuze Belgische compromis. Al de pacten zijn voorlopig en opnieuw negocieerbaar. De grootste balansoefening, deze tussen de taalgemeenschappen, was decennia lang dé existentiële voorwaarde om het land überhaupt voort te laten bestaan.

Op de achtergrond van deze tricolore melting pot-ideologie verscheen dan sinds de jaren ’80 van vorige eeuw het moslimradicalisme. Het regime zag, vanuit zijn non-identitaire status, geen andere uitweg dan voor de vlucht vooruit te kiezen, en te gaan voor de multiculturele lezing van het fenomeen. De doctrine dus dat de islam óók deel uitmaakt van het vrolijk-chaotische lappendeken, dat de Hollanders zo appreciëren als ze voor één dag België bezoeken. Om dan snel weer weg te vluchten naar het propere, ordelijke vaderland.

 

De demagogische rol van het koningshuis 

Fenomenen als de Grote Moskee van Brussel, nu bekend als een broeihaard van extremisme, waren symbolen van dit grote pact, dat in feite nooit heeft bestaan, want de moslimsubcultuur zag het veel groter. Hoe rekkelijker en pacifistischer de officiële pensée unique, vooral door de linkerzijde in stand gehouden, des te driester werden de jonge allochtonen, die begrepen dat ze van vanuit hun positie van beschermde minderheid eindeloos het regime konden chanteren. De religie verschafte hen daartoe het perfecte alibi, terwijl men maar bleef volhouden dat de islam een ‘verrijking’ vormden voor het veelkleurige Belgische pallet.

Het koningshuis heeft, uit zin voor zelfbehoud, een sleutelrol gespeeld in het onderhouden van dat multiculturele dogma. Het was Boudewijn I die het idee van de Grote Brusselse Moskee bedacht, en Filip I van België blijft de meertalige structuur van het federale België koppelen aan het idee dat de islam zoals elke godsdienst of levensbeschouwing een plaats heeft in onze samenleving. Elk jaar doet hij het weer, in zijn kersttoespraak: verdraagzaamheid prediken, met een knipoog naar de moslimpopulatie. Vanaf doen moeten allochtonen zich niet integreren of schikken naar een waardenstelsel (dat er niet is en ook nauwelijks in het onderwijs aan bod komt), integendeel, ze kunnen hun cultureel zelfbewustzijn ‘opwaarderen’ tot religieus radicalisme.

En zo komt het dat het Molenbeekse biotoop uitgroeide tot miniatuurkalifaat waar de politieke bovenbouw en de ordehandhaving nauwelijks nog wat in de pap te brokken hebben. Verschijnselen als Sharia for Belgium bestaan ook in andere landen, Groot-Brittannië bijvoorbeeld (ook van oudsher vaandeldrager van de multiculturele doctrine), maar in België groeide de vereniging uit tot actieve rekruteringsbasis voor Jihadisten. Met het gekende resultaat : 110 hoofden die rolden.

Het voetbal wordt gehypet, ook weer door het koningshuis, omdat het ‘gekleurde’ team, met Vincent Kompany als woordvoerder, het multiculturele discours mooi belichaamt en de terreurdreiging steeds weer afvoert als een probleem van enkelingen, marginalen en geschifte opruiers. Het echte sportieve hoogtepunt werd echter in Syrië volbracht: België wereldkampioen koppensnellen. Waarin een klein land groot kan zijn. Alleen al daarom ben ik van mening, à la Cato, dat dit koninkrijk beter afgeschaft wordt, samen met al zijn ideologische premissen die elke vorm van bodem-gebonden identiteitsbeleving als racisme afdoen. 11 september is een gedenkdag, misschien mag het ook een bedenkdag zijn.