De stand van het land

Op 14 oktober jongstleden heeft het kiezersvolk kunnen kiezen voor de lokale besturen, namelijk : de Antwerpse districten, de gemeenten, de provincies en de OCMW raden van een aantal faciliteitengemeenten. In Vlaanderen heeft dit laatste betrekking op de gemeente Voeren en de zes Brussels randgemeenten met faciliteiten voor Franstaligen. Het is de eerste keer dat de regeringen, die gevormd zijn na de verkiezingen van 2014, zich presenteerden aan het oordeel van de kiesgerechtigden. Uiteraard zijn de lokale verkiezingen niet te vergelijken met de Federale- en de Vlaamse verkiezingen. Maar er zijn toch wel electorale tendensen te ontdekken op basis van de uitslagen van 14 oktober 2014 en die gaan de campagne voor mei 2019 determineren.

Hoe hebben de Vlaamse politieke partijen het ervan afgebracht ? Dit artikel overloopt de partijen van links naar rechts. Hoe liggen de kaarten op zeven maanden voor mei 2019 ?

Peter Mertens (PVDA)

Links

De PVDA heeft haar intrede gedaan in meerdere gemeenteraden en het is meer geworden dan de traditionele bastions Antwerpen, Genk en Zelzate. Zit er een bestuursdeelname in ? Wel dat beperkt zich opnieuw tot het district Borgerhout en misschien de gemeente Zelzate. De kans is groot dat de communisten volgend jaar zetels behalen in het kiesgebied Antwerpen. Als ze de kiesdrempel van 5% behalen in Oost-Vlaanderen, dan worden er daar ook zetels binnengehaald voor de kamer en het Vlaams Parlement. Maar 14 oktober gaf geen zekerheid over Oost-Vlaanderen. De conclusie is dat de PVDA in de lift zit, maar niet de electorale hoogtes haalt van de PTB.

De sp.a kende een slechte 14de oktober. De partij viel in veel gemeenten terug (vb. Antwerpen van 12 naar 6 zetels) en verloor vier van haar vijf deelnames aan de provinciale deputaties. Op basis van de provinciale uitslag haalt deze partij geen 10% meer in drie van de vijf kiesgebieden. West-Vlaanderen (12%) en Limburg (15%) zijn het beste resultaten voor de socialisten. In Limburg komt de sp.a nog uit als derde partij, maar meestal is het een vijfde – of een zesde plaats. Conclusie, de socialisten hebben veel lokale macht verloren en staan op zwaar zetelverlies voor mei 2019. De partij mist ook een verhaal : moet men naar het ecologische groen of naar links of naar het centrum ? De Franstalige PS heeft 14 oktober wel meer dan goed doorstaan. Maar zal de PS zich in mei 2019 inspannen om de sp.a mee te nemen in een federale coalitie ?

geen goede score

Groen heeft gewonnen en haalt haar hoogste score te Vlaams-Brabant (15,1%), in drie provincies rond de 13-14% en enkel in Limburg (8,5%) wordt de kaap van de 10% niet gehaald. De partij heeft duidelijk gewonnen en dat zeker in de centrumsteden. Maar een grootse Vlaamse groene doorbraak is er niet gekomen. Opvallend is de massieve electorale winst van Ecolo ! Groen zal in mei zetels bijwinnen. Desalniettemin blijft de partij op een vierde of vijfde plaats hangen in Vlaanderen. Na mei 2019 moet deze partij rekenen op een anti N-VA coalitie, zoals de kaarten vandaag op tafel liggen zullen daarvoor vier partijen nodig zijn. Of is Groen bereid om mee te gaan besturen in Antwerpen met de N-VA ? Groen heeft heeft wel voordeel gehaald uit de kartels in de steden. In Gent haalt Groen 14 op 21 zetels in het linkse kartel en in Mechelen behaalt Groen 13 op 25 zetels in het kartel met openVLD. Groen is begonnen als de kleine partner in kartels, maar eindigt met de macht.

een groene jongen op een affiche in Hove

Centrum

Het CD&V heeft op 14 oktober meer dan 25% behaald in Limburg en West-Vlaanderen. In de drie andere kiesgebieden behaalt ze geen 20% met als slechtste score: Antwerpen (15,4%). CD&V blijft de lokale machtshebber in Vlaanderen. Zo bestuurt ze in alle deputaties mee en bezit de meeste Burgemeesters. In de centrumsteden behaalt het CD&V een wisselend beeld met goede resultaten (vb. Brugge en Genk) versus slechte (vb. Antwerpen en Kortrijk ). CD&V heeft 14 oktober relatief goed doorstaan en situeert zich naar parlementaire zetels, voor mei 2019, op een licht verlies. Een moeilijk punt is de politieke positie en situatie van cdH. Als CD&V volgend jaar een Franstalige partner nodig heeft, dan lijkt dan enkel de MR te kunnen zijn. Maar deze MR is wel een belangrijke verliezer van 14 oktober. Als CD&V in mei 2019 de kaap van de 20% wil overschrijden, dan zal ze terug rechtser van het politieke centrum moeten gaan vissen. Daar wordt ze zeker een concurrent van OpenVLD en de N-VA. Tenslotte, stelt zich de vraag hoe CD&V gaat omgaan met het slechte resultaat te Antwerpen ?

terug rechtser worden voor succes

Open VLD behaalde op 14 oktober scores van 18,3% in Oost-Vlaanderen tot 9,1% in Antwerpen. In de grootsteden waren er slechte uitslagen (vb. Antwerpen en Genk) versus goede uitslagen (vb. Kortrijk en Gent). Maar in vergelijking met 2012 maakte de Open VLD geen slechte beurt. Wel verliest zij het bestuur in de blauwe provincie: Oost-Vlaanderen. Wat opvalt is dat de Open VLD nogal wat winst haalt in de gemeenten, die er dan af gaat bij de N-VA.

Deze verkiezing heeft wel laten vaststellen dat een deel van het liberaal economisch publiek van de N-VA terugkeert naar de liberalen. Opvallend is dat de Open VLD in 10 van de 13 centrumsteden zal mee besturen en dat is de beste score van alle partijen.Federaal blijft de zwakke positie van de MR een probleem voor de OpenVLD, met het oog op de federale formatie 2019. Concluderend heeft deze partij de lokale verkiezingen relatief goed doorstaan. Naar 2019 toe, lijkt het op een licht verlies in zetels of een status quo te gaan. Maar de partij zal vooral haar centrum-rechter-vleugel moeten verzorgen om zeker te zijn van een goed resultaat in 2019. Dan gaat het om fiscale-economische standpunten.

Rechts

N-VA blijft de eerste partij van Vlaanderen met een uitschieter van 32,8% in Antwerpen en 25,3% in Vlaams-Brabant. Het slechtste resultaat is West-Vlaanderen met 19,5%. De partij doet het goed in de provincie Antwerpen, het Waasland en het oostelijk deel van Vlaams-Brabant. Voor het overige is er verlies ten aanzien van 2012 en 2014. De inzet van 14 oktober – de stad Antwerpen – werd glansrijk gewonnen. Ook in Aalst, Hasselt, Genk en Sint-Niklaas werd er goed gescoord. Maar vele steden vielen tegen: Brugge, Gent, Kortrijk, Geraardsbergen, Maasmechelen en nog vele andere. Vooral West-Vlaanderen is het grootste zorgenkind van de N-VA , dan gevolgd door belangrijke delen van Oost-Vlaanderen.

West-Vlaanderen is een probleemgebied

N-VA heeft op 14 oktober CD&V niet kunnen onttronen als de lokale leidende partij. Uiteraard heeft de N-VA geprofiteerd van de ‘good wave ‘ van de afgelopen jaren. Maar de erosie van het bestuur speelt nu parten. De N-VA heeft duidelijk stemmen verloren aan het ‘Vlaams Belang ‘ door de migratieproblemen. Maar ook de economische liberale kiezers hebben deels de N-VA verlaten naar CD&V en Open VLD. De pijlsnelle opgang van de N-VA heeft vooral te maken met het wegplukken van stemmen bij de rechterzijde van CD&V, Open VLD en Vlaams Belang. Maar die nieuwe kiezers zijn niet echt zichtbaar in N-VA posities op kabinetten, in de fracties, de regeringen en in de partijinstellingen. Zeer veel posities zijn in handen van ‘Volksunie’ gerelateerde personen. Er is niets mis met die mensen. Maar daarmee verzorgt men politiek niet zijn nieuwe kiezers. De N-VA was nooit over de 30% geraakt met het traditionele electoraat van de ‘Volksunie’. Als de partij dat hoog stemmenpercentage wil behouden, dan zijn er op korte termijn maatregelen nodig om het liberaal-economisch kiezerspubliek én de migratiekiezers terug te winnen/te behouden.

is art. 1 van de statuten van de N-VA nog belangrijk ?

Bovendien staat de N-VA voor de taak om iets te doen met het dossier staatshervorming. Daarnaast heeft de N-VA de Belgische – en Vlaamse bestuursdeelname niet voldoende kunnen omzetten in machtsnetwerken. Ten aanzien van dit laatste kan de N-VA nog veel leren van het CD&V. Want politiek gaat over macht. Een item waar Machiavelli reeds duidelijk het belang van onderstreepte. Met het oog op 2019 dient N-VA  te houden met zetel verlies in de Parlementen. Deze partij zal er over moeten waken dat men niet weg zakt onder het niveau van 2010, want anders dreigt de oppositie. Om zeker te zijn van de macht, zal de N-VA voor mei 2019 vooral moeten inzetten op zijn Vlaamse lijsten. Een ander vraagstuk is of de N-VA kiezers een Antwerpse coalitie met Groen zien zitten. Dat kan een gevaarlijk verhaal zijn met het oog op mei 2019. Die laatste bedenking geldt ook voor de groene kiezers.

 

een groene jongen bij de N-VA Hove

LDD is met twee absolute meerderheden, Middelkerke en Glabbeek, terug op het politieke toneel verschenen. Van groots belang is de vraag of de LDD met Jean-Marie Dedecker in het kiesgebied West-Vlaanderen zal opkomen in mei 2019? Dat zou een probleem kunnen zijn voor Open VLD en vooral N-VA. Had JMD in 2014 op de N-VA list gestaan in plaats van alleen te zijn opgekomen, dan zou vandaag de N-VA fractie in de Kamer een zetel meer hebben geteld. Het resultaat van 14 oktober is dat Jean Marie Dedecker goede kaarten in handen heeft, waar vooral de N-VA mee moet rekening houden !

Vlaams Belang is de grootste winnaar van 14 oktober. Deze partij behaalt 14% in drie kiesgebieden : Antwerpen, Oost-Vlaanderen en West-Vlaanderen. In Vlaams-Brabant situeert zich de slechtste score met 8,6% der stemmen. Naar een bestuursdeelname toe, zit er niets in. Maar niemand weet hoe het zal aflopen in Ninove als er daar een geheime stemming zou komen over de schepenmandaten. De ‘come back’ van Vlaams Belang is uiteraard gerelateerd aan de migratieproblemen en de communautaire stilstand. Tevens heeft de algemene ontevredenheid bijgedragen tot dit succes. De partij strijdt met Groen over de vierde/vijfde plaats in Vlaanderen. De winst van het Vlaams Belang is vooral een probleem voor de machtspositie van de N-VA. Want in 2014 was de N-VA erin geslaagd om het electoraat van het ‘Vlaams Belang’ in ruime mate leeg te zuigen.

het VB is de winnaar van de verkiezingen

Conclusie

Vlaanderen heeft centrum rechts gestemd en Brussel en Wallonië stemde, op 14 oktober, duidelijk links met goede resultaten voor de PS, Ecolo en de PTB. Een dergelijke uitslag in mei 2019 zal het Federale formatie record van 2010 vlot doen sneuvelen. Buiten de LDD, het Vlaams Belang en de PVDA hebben alle andere partijen problemen overgehouden aan deze stembusslag van 14 oktober 2018. Iedereen zal zich nu eens moeten bezinnen over de strategie betreffende de race naar de ‘ super Sunday ‘ van mei 2019.

HERMAN MATTHIJS
Herman Matthijs doceert publieke en openbare financiën aan de UGent en de VUB.
Foto’s (c) Gazet van Hove.