Voor meer ambitie in het Vlaamse onderwijs

EDEGEM

Een aantal N-VA-afdelingen van de Zuidrand organiseerden een colloquium over “Het Vlaams onderwijs, pleidooi voor meer cognitieve ambitie”. Alles ging door in hotel “Ter Elst”, er waren een 200-tal aanwezigen.

Spreker van dienst was Prof. Dr. Wouter Duyck (UGent), verbonden aan de faculteit Psychologie en pedagogische wetenschappen.

De voorbije jaren zijn er tendensen aanwezig in het Vlaams onderwijs die negatief kunnen worden. De kloof was nog nooit zo groot tussen de sterke en de zwakke leerlingen. De sociale afkomst van een leerling bepaalt nog voor een groot gedeelte zijn/haar schoolprestaties. Vroeger zorgde het onderwijs wel voor sociale mobiliteit, zodat kinderen het maatschappelijk verder brachten dan hun ouders. Zonen van arbeiders gingen naar de universiteit of hogeschool. Vandaag is dit door de (massa)migratie veel minder het geval.

Het is nog niet dramatisch gesteld, maar we moeten toch opletten. In Vlaanderen daalde de kennis van wiskunde van 520 Pisa-punten naar 490. Ook zo voor wetenschappen en leesvaardigheid.

In het Vlaamse lager onderwijs in het vierde leerjaar (9 à 10-jarigen) is er een sterke val voor begrijpend lezen, voor wiskunde is men er onder de 50% gezakt voor de eindtermen. Een verlies van 32 Pisa-punten. Kinderen moeten er 9 maanden langer over doen om hetzelfde niveau te bereiken dan 12 jaar geleden.

Voor sterke leerlingen is de situatie het meest dramatisch, de top van de klas. In 2003 werd in Vlaanderen nog 1/3 van de klas aanzien als sterke leerlingen voor wiskunde, in 2012 is dit gevallen op 20 %, nog 1/5.

Voor begrijpend lezen is het niveau een half jaar gezakt op 10 jaar tijd. Vroeger besteedde het lager onderwijs 15% van de tijd aan begrijpend lezen, vandaag nog 9%.

Vlaamse kinderen hebben de laagste prestatiemotivatie van heel Europa. Van belang voor leerlingen zijn de verwachtingen die er in het onderwijs gelegd worden. Men deed hierover onderzoek bij zevenjarigen en dan nog eens 20 jaar later. Goede prestaties in het onderwijs zijn belangrijk voor de latere job-prestaties, de job-tevredenheid, de salarissen, de gezondheid en het geluk van de betrokken persoon. Dit heeft later gevolgen voor de economische welvaart, de sociale voorzieningen, het sociaal gedrag, het ondernemerschap en het burgerschap.

Eén punt meer IQ bij de toppers van het onderwijs geeft later 500 euro meer per prestatie van de betrokkene. Bij de middelmatige leerlingen is dit nog 250 euro, alvast de moeite om extra schoolprestaties na te streven.

Een brede eerste graad is ook nefast. De vroegere socialistische onderwijsminister Pascal Smet wilde een brede eerste graad invoeren tot 14 jaar, maar de vroegere topvrouw van het Katholiek Onderwijs, Mieke Van Hecke, was daar tegen. Nu is de situatie omgekeerd, de minister is tegen een brede eerste graad, maar de top van het Katholiek onderwijs in de persoon van Lieven Bouwe is voorstander van een brede eerste graad.

Taal is een sterke determinant in de schoolprestaties. Leerlingen die thuis geen Nederlands spreken/ horen geraken snel achterop. 12% van de leerlingen die thuis geen Nederlands horen, gaat niet naar de kleuterschool, de meeste zullen later ook geen diploma halen.

Sint-Gummaruscollege

Er zijn ook problemen bij het lerarenkorps. Maar 60% van de leraren hebben het gepaste diploma om een vak te geven, vb. wiskunde wordt gegeven door economisten en Duits door historici.

Vlaanderen heeft een centraal schoolexamen nodig bij de uitstroom op 12 jaar in de lagere school en op 18 jaar in het middelbaar onderwijs. Dan kan men de leerprestaties per school meten en kan men ook de goede en slechte scholen aanwijzen en er iets aan doen.

Om al deze problemen op te lossen eist de N-VA bij de volgende regeringsvorming de minister van Onderwijs op. Maar eerst nog de verkiezingsresultaten en de regeringsvorming afwachten.

Foto’s © Gazet van Hove.