Blijft de Vlaamse Rand Vlaams ?

www.doorbraak.be – door Jan Degadt .

‘Gordelen moet je doen’. Het was/is de titel van een bekende hit uit 1987 van Will Tura en Felice Damiano. De Gordel, heden Gordelfestival, roept op tot fietsen, lopen, wandelen, in de Vlaamse Rand rond Brussel. Hoe is het eigenlijk met die Vlaamse Rand ?

Oude demonen

In het Frans spreekt men van La Periphérie Bruxelloise. Dit toont meteen het spanningsveld. Het Vlaams Aktiekomitee Brussel en Taalgrens organiseerde reeds op 11 december 1960 een ‘Dag van de Randgemeenten’*. Maar ook de Franstaligen laten zich niet onbetuigd. Recent vond de MR het nodig om de oude demonen van de taalstrijd nog eens op te roepen naar aanleiding van het overlijden van François van Hoobrouck, de oud-burgemeester van Wezembeek-Oppem.

Die voorgeschiedenis is wat het is. Vandaag is er een duidelijke definitie van de Vlaamse Rand rond Brussel : negentien Vlaamse, eentalige gemeenten met samen 431.853 inwoners (2018). In zes gemeenten daarvan zijn er zogenaamde taalfaciliteiten voor Franstaligen : Wemmel, Linkebeek, Drogenbos, Sint-Genesius-Rode, Kraainem en Wezembeek-Oppem (samen 72.713 inwoners). Er zijn ook dertien gemeenten zonder taalfaciliteiten. Deze gemeenten grenzen aan een van de (eveneens 19) gemeenten van het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest en/of een van de zes gemeenten met taalfaciliteiten. Het zijn : Asse, Beersel, Dilbeek, Grimbergen, Hoeilaart, Machelen, Meise, Merchtem, Overijse, Sint-Pieters-Leeuw, Vilvoorde, Zaventem (arrondissement Halle-Vilvoorde) plus Tervuren (arrondissement Leuven).

De Vlaamse Gemeenschap is in de Rand volledig bevoegd. De Rand vormt een onderwerp in elk Vlaams regeerakkoord en er is een verantwoordelijke minister, heden Ben Weyts van de N-VA. De Vlaamse administratie kent een gespecialiseerde cel binnen het Agentschap Binnenlands Bestuur. Die cel ondersteunt de broodnodige communicatie en levert studiewerk en cijfermateriaal. Elke Vlaamse vakminister heeft impact voor zijn/haar beleidsdomein.

De olifant in de kamer

Toch hebben de communautaire spanningen hun sporen nagelaten. De inwoners van ‘de zes’ hebben taalfaciliteiten en kunnen voor de federale Kamer stemmen voor een Vlaams-Brabantse of een Brusselse lijst. Dit is meer dan symboliek. Onze huidige federale premier, Sophie Wilmès, is een Franstalige politica uit Sint-Genesius-Rode. Zij is federaal verkozen op een Brusselse MR-lijst. Voor alle gemeenten van de Rand en zelfs het hele arrondissement Halle-Vilvoorde is er nog een bijkomend relict uit het B-H-V verleden : zij maken nog steeds deel uit van het gerechtelijk arrondissement Brussel, zij het als een aparte afdeling met een eigen parket.

Bij elk gesprek over de Rand staat er in het midden van de kamer een grote olifant : Brussel. Voor de Rand en zijn inwoners is Brussel zowel hoofdstad als centrumstad. Brussel is belangrijk voor economie en werkgelegenheid (pendelaars) maar ook (onder meer) voor cultuur, onderwijs en gezondheidszorg. Tot niet lang geleden was er wederzijds wantrouwen. Nu de taal- en gewestgrenzen gestabiliseerd zijn, kunnen Brussel en de Vlaamse Rand elkaar veeleer beschouwen als partners en goede buren. Is alles nu koek en ei ? Nee : nieuwe tijden, nieuwe problemen, ook in de Rand. Wij nemen twee voorbeelden : de demografie en de verstedelijking.

‘Ontnederlandsing’

Neem eerst de demografie. Het Federale Planbureau en de statistische studiediensten van de gewesten hebben uitvoerige rapporten opgesteld. Brussel heeft vandaag een groeiende en jonge bevolking. Tegelijk is het aantal migraties van Brussel naar de Rand groter dan omgekeerd. Ook in de Vlaamse Rand rond Brussel wordt groeit en verjongt de bevolking. Op tien jaar (2008-2018) is het bevolkingsaantal in de Vlaamse Rand toegenomen met 8,6 % of 34.050 eenheden. Dat is bijna de bevolking van een flinke gemeente zoals Sint-Pieters-Leeuw.

De verfransingsdruk is niet meer zo groot als vroeger, tenzij plaatselijk. Er is wel een toenemende ‘ontnederlandsing’. Nieuwkomers spreken vaak ‘een andere taal’ dan het Nederlands, al dan niet Frans. Dat laat zich voelen in het onderwijs maar ook in andere domeinen. De scholen in de Rand krijgen een meer diverse leerlingenpopulatie. Zij zijn vragende partij voor gelijkaardige ondersteuning zoals in Brussel. In het schooljaar 2017-2018 sprak 57 % van de leerlingen in het lager onderwijs in de Rand het Nederlands als thuistaal (gemiddelde voor het Vlaams Gewest : 83 %). In de gezondheidszorg staan huisartsen, gezondheidswerkers en ziekenhuizen onder druk. Voor de gespecialiseerde zorg in universitaire ziekenhuizen was/is Brussel de traditionele centrumstad. De drie universitaire ziekenhuizen van onze hoofdstad liggen in de Brusselse Rand. Jawel, de Brusselse Rand : het UZ (VUB) ligt in Jette, Erasmus/Erasme (ULB) in Anderlecht en Sint-Lucas/Saint-Luc (UCL) in Sint-Lambrechts-Woluwe. Overleg tussen alle actoren over taakverdeling en kostprijsbeheersing is meer dan noodzakelijk.

Daarenboven is er de verstedelijking van de ‘groene Rand’. Die heeft haar goede kanten : de economie en de arbeidsmarkt van Brussel en de Rand zijn complementair en sterk verweven. De Rand is welvarend. Maar er is een keerzijde. Zo blijkt het mobiliteitsprobleem gigantisch. Er heerst een sterke competitie tussen alle functies (wonen, werken, recreatie, verkeer …) voor de schaarse ruimte.

Drie aanbevelingen

  • De taalproblematiek is grondig veranderd. De verfransing is niet voorbij. De Vlaamse voogdijoverheid moet toezien op de naleving van de taalwetten en die desnoods afdwingen. Het nieuwe taalprobleem vandaag is de ‘ontnederlandsing’ in alle gemeenten en niet alleen ‘de zes’. De Vlaamse overheid heeft de bevoegdheden en de middelen om deze problematiek deskundig te omkaderen, te beginnen bij het onderwijs.
  • De verstedelijking kent ingrijpende gevolgen op vele domeinen voor het hele gebied. De Vlaamse Gemeenschap moet een visie op lange termijn ontwikkelen en implementeren. Voor sommige thema’s (bijvoorbeeld voor mobiliteit) is overleg nodig met de buren, ook met Brussel. Dat kan, ook zonder nieuwe structuren of federale voogdij.
  • Het Vlaamse beleid moet in de Vlaamse Rand uiteraard in de eerste plaats gericht zijn op de welvaart en het welzijn van de plaatselijke bevolking. Door de centrale geografische ligging is het strategisch belang van de Rand echter veel groter. Bovendien is de Rand cruciaal voor de relatie tussen Vlaanderen en de hoofdstad. Hoe kan de kracht van Brussel als centrumstad worden gevaloriseerd ?

*De Zes, 32ste jaargang, nummer 1

C.C. Dilbeek
JAN DEGADT
Jan Degadt is hoogleraar emeritus Economie aan de KU Leuven Campus Brussel. Hij observeert de toestanden in en rond Brussel vanuit diverse invalshoeken.
Foto’s (c) Gazet van Hove.