foto : © Uitgeverij Polemos

Edwin Truyens, voorzitter van het Vormingsinstituut Wies Moens en hoofdredacteur van het blad Kort Manifest, nam het initiatief een van de laatste geschriften van Cyriel Moeyaert in boekvorm uit te geven. Een mooi eresaluut aan de Frans-Vlaanderenkenner en taalkundige die ons vorig jaar op 100-jarige  jaar leeftijd verliet.

Ik had u niet verwacht als initiatiefnemer voor dit boek : hoe komt u er toe om dit boek van Cyriel Moeyaert opnieuw uit te geven ?
‘In het najaar van 2019 verscheen al een boekje onder de titel Het Nederlands in Sint-Omaars door de eeuwen heen . De tekst was bedoeld als synthese van zijn vroegere bijdragen voor de jaarboeken van de Stichting Zannekin. Alleen, dit boekje was onzorgvuldig samengesteld en ik schreef dit nogal ongezouten neer in een recensie in Kort Manifest.’

allemaal Vlaamse dorpen

‘Hoe en waarom het precies is misgelopen, wist ik niet. Mark Ingelaere, die zich dagelijks inzet voor Frans-Vlaanderen en goed bevriend was met Cyriel, daagde mij uit om beter te doen. Ik heb die uitdaging aangenomen. Tja, er zijn zoveel mensen die 2020 als een verloren jaar beschouwen ingevolge Covid-19. Voor mij was het integendeel een gelegenheid om een project op te starten, dat ik maar kon realiseren dankzij het wegvallen van zoveel andere activiteiten.’

Het idee om dit boek opnieuw uit te geven kwam in coronatijd. Heeft u Cyriel Moeyaert hierover nog persoonlijk kunnen spreken ?
‘Toen ik de uitdaging aannam was het onmogelijk om Cyriel te bezoeken. Hij verbleef in een WZC te Poperinge en mocht dus geen bezoek ontvangen. Ik heb in eerste instantie schriftelijk zijn toestemming gekregen via zijn neef. Cyriel gebruikte immers zijn pc niet meer en hij nam ook geen telefoon meer op. Van zodra Cyriel opnieuw bezoek mocht ontvangen heb ik afgesproken met neef Dirk en diens echtgenote en ben ik naar Poperinge gereden. Ik heb Cyriel kunnen spreken op 22 juni van vorig jaar. Ik heb toen ook kunnen kijken naar de bestanden op zijn pc.’

‘Door het dragen van een mondkapje had Cyriel mij ook niet onmiddellijk herkend. Het was voor mij toen heel duidelijk : Cyriel had zelf het initiatief genomen voor een synthese, maar hij had niet meer de kracht gehad om ze te realiseren. Dat was voor mij een extra stimulans om dit werk tot stand te brengen. Cyriel verdiende een kroon op zijn jarenlange werk.’

Cyriel Moeyaert was een monument van de Vlaamse Beweging. Wat is u bijgebleven bij deze ontmoeting ?
‘Tijdens die laatste ontmoeting bleek nog maar eens dat Cyriel een uiterst minzaam man was. Noch zijn neef, noch ikzelf hebben zich gerealiseerd dat hij mij niet herkend had. Toch kwam hij naast mij zitten aan zijn PC in een poging om te helpen bij het zoeken naar de juiste bestanden. Toen hij dan eindelijk door had wie ik was, straalde hij zonder meer. Maar tegelijk realiseerde ik me dat hij totaal uitgeleefd was.’

Hij las nog, droeg nog dagelijks een eucharistieviering op en ontving bezoek aan de lopende band nu het opnieuw mocht. Meer kon niet meer. Veel mensen denken dat ik goed bevriend was met Cyriel, maar in werkelijkheid heb ik hem slechts enkele keren ontmoet. Gelukkig, toch minstens één keer in Frans-Vlaanderen. Maar Cyriel was een trouwe abonnee van Kort Manifest en omgekeerd heb ik heel veel van zijn bijdragen her en der gelezen. We wisten dus echt wel wat we aan elkaar hadden.’

Sint-Omaars ligt aan de historische grens tussen Vlaanderen en Artesië. Tot wanneer heeft men daar Nederlands gesproken ?
‘De vraag is eenvoudig, het antwoord is complex. Cyriel schrijft ergens dat het Nederlands in 1560 nog de eigen taal is in Sint-Omaars, elders verwijst hij naar de geleidelijke verfransing vanaf de 16de – 17de eeuw. Tegenstrijdig ? Zeker niet. Wie zich uitsluitend steunt op authentieke documenten, zoals de meeste historici doen, zal het begin van de verfransing vroeger situeren in de tijd, omdat men onbewust steunt op de toestand bij de bovenlaag van de maatschappij.’

‘In de mate van het mogelijke heeft Cyriel het onderzoek van historische bronnen aangevuld met veldwerk, om zich een idee te vormen over de taaltoestand bij de bredere lagen van de bevolking. De gewone man bewaarde het Nederlands veel langer dan de bovenlaag. Als we kunnen stellen dat het centrum van Sint-Omaars vanaf de 17de eeuw geleidelijk aan verfranste, dan geldt dit niet voor de buitenwijken IJzel en Hogebrigge. Daar hield het Nederlands stand tot het begin van de 20ste eeuw. En dat is best merkwaardig !’

Dit boek gaat over de geschiedenis van onze taal in Sint-Omaars. Het is geen taalkundige studie ?
‘De geschiedenis van Sint-Omaars en de geschiedenis van het Nederlands in die stad zijn inderdaad heel belangrijk. Maar vergeten we niet dat Cyriel taalkundige was. Hij heeft de taal op zichzelf bestudeerd maar ook de namen van straten en andere toponiemen onderzocht, omdat dit veel leert over het Nederlands en het plaatselijke dialect. Wie als toerist naar Sint-Omaars trekt, kan ook niet meer om dit boek heen.’

Zowat het hele cultuurpatrimonium van Sint-Omaars komt immers aan bod : van het 13de eeuwse kunstwerk Le Grand Dieu de Thérouanne, over de kruisafneming van Pieter Pauwel Rubens in de kathedraal tot en met de klok Bertina in Wizeke. Kijk naar het beeld van Onze-Lieve-Vrouw met de kat in de kathedraal : het zal u zo niet veel zeggen, maar als u het verhaal daarachter gelezen hebt, wordt dit opeens een belangrijk monument.’

En wat is het verhaal van Onze-Lieve-Vrouw met de kat ?
‘Dit  verhaal gaat over de bevrijding van de stad tijdens de Bourgondische periode. Om meer te weten moet u het boek lezen.’

In Sint-Omaars spreken ze geen Nederlands meer. De taal is daar niet meer gans het volk ?
‘De taal is een uitermate belangrijk criterium om volkeren te definiëren maar ze is nooit gans het volk. De Ieren hebben massaal hun taal verloren en spreken Engels (of iets wat op Engels lijkt), maar het blijven Ieren, duidelijk te onderscheiden van Engelsen. Een precieze etnische grens trekken is niet zo eenvoudig, maar de gebieden waar ooit Nederlands gesproken werd, kunnen grosso modo tot het territorium van het Nederlandse volk gerekend worden. Sint-Omaars is daar zeker nog bij.’

U hebt Sint-Omaars bezocht n.a.v. dit boek. Hoe ging dat ?
‘Ik was al eerder een paar keer in Sint-Omaars geweest. Op 11 en 12 augustus 2020 was ik er samen met Dirk de Groof, een vriend van in mijn collegetijd en al jaren zowat de huisfotograaf van het Vormingsinstituut Wies Moens. Dirk was ook al eerder in Sint-Omaars. Ons enige doel was : foto’s nemen voor het boek. Aangezien we beiden de stad al kenden en goed wisten wat we moesten fotograferen, ging dat heel vlot.’

Het Nederlands in Sint-Omaars door de eeuwen heen is een ultieme hommage aan de grote Vlaming Cyriel Moeyaert, onmisbare lectuur voor wie van Vlaanderen in Frankrijk  houdt. En uiteraard verkrijgbaar in de online boekhandel van Doorbraak.

Cassel : Musée de Flandre
WIDO BOUREL
Wido Bourel (1955) is Frans-Vlaming, publicist en promotor van de Nederlandse taal en cultuur in zijn geboortestreek.
Foto’s (c) Gazet van Hove.