De ziel van het kind

door Alain Grootaers in (c) ’t Pallieterke .

Ik herinner me nog goed de commotie die thuis ontstond rond een leraar op het college die er in de klas openlijk voor was uitgekomen dat hij een Amadees was. Het was toen in mijn provinciestadje Lier hét onderwerp van gesprek.

Het moet ergens midden in de jaren ’70 zijn geweest.  De man had in de les geschiedenis de link gelegd tussen de toen erg hippe Zuid-Amerikaanse bevrijdingstheologen en zijn eigen geloof in het Chinese communisme. Ik moest hier onwillekeurig aan terugdenken bij het lezen van de kruistocht van Vlaams Belang tegen de linkse leraar naar aanleiding van de heropening van de scholen. “Plus ça change, plus c’est la même chose.” Het nieuwe is dat de VB-jongeren nu ook nog de linkse leraren willen gaan oplijsten, op basis van een soort kliklijn. Wat is dat toch met die reflex bij sommige politici om de burger te willen inzetten als verklikker om daar vervolgens lijsten van aan te leggen ? Het roept bij mij meteen een enorme weerstand op, en of die vraag om je medemens te verlinken nu van links of rechts komt doet er niet toe. Want de vraag gaat verder dan dat natuurlijk : wat ga je vervolgens met die lijsten doen ? Aan een virtuele schandpaal spijkeren op de digitale marktplaats ? En wat daarna ? Een beroepsverbod instellen voor de verklikte linkse leraar wanneer je aan de macht komt ? En wanneer ben je dan echt een linkse leraar ? Wordt er geturfd hoe vaak zo iemand het over de Palestijnen heeft gehad ? En gaat men dan een ‘denkpas’ invoeren, naar analogie met de huidige Pass Sanitaire in Frankrijk, die men nu ook graag in Brussel wil kopiëren ? Hen de toegang ontzeggen tot – ik roep maar wat – bibliotheken, cafés, restaurants, wereldwinkels en supermarkten zoals we dat nu zien met de gezondheidspas bij onze zuiderburen ?

“De vraag of de leraar in de klas aan politiek mag doen is uiteraard niet onzinnig, maar ook bijzonder complex, want alles is natuurlijk politiek omdat elk maatschappelijk onderwerp gepolitiseerd wordt”

En wat als ze aan linkerzijde tot hetzelfde idee zouden komen, maar dan omgekeerd ? Zoals Conner Rousseau, voorzitter van een partij die zogenaamd voor gelijkheid staat, nu oproept voor medische segregatie. Gaan we stilaan naar een gesegregeerde lijstjesmaatschappij waarbij we elkaar gaan uitsluiten op basis van wat we op dat moment denken ? Want vergis je niet, in de oude boutade “Als je jong bent en je bent niet links heb je geen hart en als je volwassen bent en je bent niet rechts heb je geen verstand” schuilt een waarheid. Wie nu zus denkt, denk morgen zo. Net zoals iemand die eerder rechts is, denk aan Jean-Marie Dedecker, ook de Palestijnse zaak kan verdedigen. Wat doe je met zo’n leraar ? Op welke lijst komt die terecht ? En wie naar de verkiezingscijfers kijkt, ziet ook dat ‘de linkse leraar’ in die afgelopen vijftig jaar geen ingrijpend effect heeft gehad op – daar komt ie – de ziel van onze kinderen, laat staan op hun ratio en kiesgedrag als ze volwassen worden. Wat de boutade over het linkse hart en het rechtse verstand blootlegt, is een oud zeer van wat we dan maar gemakshalve rechts noemen, omdat we er nog altijd geen ander woord voor hebben gevonden. Dat oud zeer is het gebrek aan een wervend, nobel, idealistisch wereldbeeld dat compassie in zich draagt en dat jongeren aanspreekt. Klimaat, dierenrechten, vluchtelingen, honger in de wereld, gelijkheid : het zijn problemen die appelleren aan goedheid en idealisme bij jongeren. Het discours ter rechterzijde geeft daar bijzonder weinig weerwerk, buiten wat stamboeknationalisme.

de burgemeester voor de klas

De vraag of de leraar in de klas aan politiek mag doen is uiteraard niet onzinnig, maar ook bijzonder complex, want alles is natuurlijk politiek omdat elk maatschappelijk onderwerp gepolitiseerd wordt. In het geval van exacte vakken zoals fysica, chemie en wiskunde lijkt de grens duidelijker, hoewel ook daar maatschappelijke stellingnames niet uit te sluiten zijn, denk maar aan klimaatopwarming. Zaak is dat duidelijke partijpolitieke stellingnames in de klas uit den boze zijn en dat elke maatschappelijke uitspraak een rechtstreekse link zou moeten hebben met de leerstof en de kern van het gegeven vak. Voor de rest lijkt het me verstandig om de leraar vooral opnieuw genoeg academische vrijheid te geven.

Foto’s (c) Gazet van Hove.