COLUMN – door Dirk Rochtus – www.doorbraak.be .

‘Demo gegen Rechts’: wie niet links en dus rechts is, krijgt door de manipulatie
van de taal een extreemrechts etiket opgeplakt.

‘Demo gegen Rechts’ : wie niet links en dus rechts is, krijgt door de manipulatie van de taal een extreemrechts etiket opgeplakt. foto © WikiMedia Commons.

Na de terroristische aanslag in München vorige donderdag lazen en hoorden we in de media : ‘Een auto reed in op…’ Vreemd, zouden ze in Duitsland al zelfrijdende auto’s hebben ? De dader, een Afghaanse asielzoeker, was uit beeld verdwenen. Dan heb je nog de talloze ‘steekpartijen’ en ‘schietpartijen’ – afgelopen zaterdag nog in Brussel – die al naargelang de beweegreden uitgaan van islamistische terroristen, drugscriminelen of ‘verwarde’ mensen.

Een steek- of schietpartij veronderstelt semantisch gezien wederkerigheid, op zijn minst twee personen die met elkaar een vuur- of messengevecht voeren dus. Doet ‘een partijtje knokken’ of een ‘vechtpartij’ soms niet denken aan mensen die met elkaar op de vuist gaan ?

Het gebruik van de termen ‘steek-‘ en ‘schietpartij’ in de media verdoezelt het onderscheid tussen dader en slachtoffer. Het doet de werkelijkheid meer recht aan te spreken over respectievelijk een mesaanval en een schietincident. Terecht noemde journaliste Trui De Maré op Radio 1 de aanslag door een IS-sympathisant afgelopen zaterdag in het Oostenrijkse Villach een ‘mesaanval’. Een prijzenswaardige uitzondering.

File:Couteau suisse.jpg
Zwitsers zakmes – foto (c) Wikimedia Commons

Extreemrechts of rechts-radicaal ?

Een bezoedeling van het denken vormt ook het door elkaar haspelen van ‘extreemrechts’ en ‘rechts-radicaal’. Zo lees je altijd weer over de ‘extreemrechtse’ Alternative für Deutschland (AfD). Welnu, zelfs serieuze Duitse professoren maken hier een duidelijk onderscheid.

Politicoloog Hans-Gerd Jaschke definieert een partij of organisatie als extreemrechts wanneer ze doelen nastreeft zoals een etnisch homogene gemeenschap in een sterke natiestaat en wanneer ze het multiculturalisme en pluralisme van de liberale democratie afwijst.

AfD wil de parlementaire democratie niet vervangen door een ‘Führerstaat’. De partij mag dan wel vijandig staan tegenover de multiculturele ideologie, ze aanvaardt nog altijd mensen van buitenlandse origine die zich hebben geïntegreerd in de samenleving.

Er bestaat blijkbaar geen verschil tussen AfD-parlementsleden en neonazi’s, wat tot een relativering leidt van deze laatste categorie

Zelfs het Duitse gerecht heeft het over AfD als een rechts-radicale partij ‘die in sommige delen van het land als extreemrechts beschouwd kan worden’. Onze media en politici kennen die nuancering niet. Er bestaat blijkbaar geen verschil tussen AfD-parlementsleden en neonazi’s, wat tot een relativering leidt van deze laatste categorie.

File:AfD Logo 2021.svg

Demonstraties

Linkse Duitsers organiseerden na de moordaanslagen in Aschaffenburg en München ‘Demos gegen rechts’ (‘demonstraties tegen rechts’), zogezegd om de recuperatie ervan door ‘extreemrechts’ tegen te gaan. Wie niet links en dus rechts is, krijgt door die manipulatie van de taal een extreemrechts etiket opgeplakt.

Dat is ook de reden waarom Duitse christendemocraten en liberalen zichzelf niet centrumrechts, maar burgerlijk noemen. Rechts en links maken nochtans elk een legitieme zijde van het democratische debat uit.

Communicatie

Zou die taalvervuiling kenmerkend zijn voor ons Vlamingen ? We merken het ook in de omgangsvormen : het voortdurende ‘jij-en’ en ‘jou-en’ in de media en in de communicatie van overheidsinstellingen, en het aanspreken in mails met ‘beste’ (beste wat ?). Zou een Brit ooit een mail schrijven met als aanspreking gewoonweg ‘dear’ ?

Die kunstmatige familiariteit bedreigt ook de objectiviteit. Zo konden we enkele maanden geleden de voorzitter van een linkse partij een radiojournaliste tijdens een interview met de voornaam horen aanspreken. Vorige week bestond een professor het om in een gelijkaardig radioprogramma de journaliste vrolijk te begroeten met ‘hey *voornaam*’. De dame zelf hanteerde – prijzenswaardig – het voornaamwoord ‘u’.

Objectiviteit

Mensen van mijn generatie kregen vroeger op school een brochure met de titel ‘Taalzuivering’. Er stonden twee kolommen in : links ‘Zeg niet (en dan volgde het Vlaamse woord)’ en rechts ‘Zeg wel (met dan het Standaardnederlandse woord)’. Bijvoorbeeld : ‘hof’ versus ‘tuin’.

Dit pleidooi voor een correct taalgebruik zou didactisch in een gelijkaardig lijstje kunnen worden ondergebracht : zeg niet ‘steekpartij’, maar ‘mesaanval’. Zeg niet ‘schietpartij’, maar ‘schietincident’. Zeg niet ‘een auto reed in op mensen’, maar ‘een autobestuurder reed in op mensen’.

Dit pleidooi voor een correct taalgebruik betekent niet dat uw dienaar nooit taalfouten maakt, verre van. Het is evenwel een streven vanuit het besef dat slordigheid in spreken en schrijven en in de omgang met elkaar ook het denken bezoedelt en de objectiviteit geweld aandoet.

Dirk Rochtus (1961) is hoofddocent internationale politiek en Duitse geschiedenis aan de KU Leuven/Campus Antwerpen. Hij is voorzitter van het Archief en Documentatiecentrum voor het Vlaams-nationalisme (ADVN). Zijn onderzoek gaat vooral over Duitsland, Turkije, en vraagstukken van nationalisme.

foto’s (c) Gazet van Hoeve & Wikimedia Commons .