Bretoenen hielpen ons “Slag van Waterloo” te winnen

Op het einde van de 18de eeuw vond in Vlaanderen de Boerenkrijg tegen de Franse bezetting plaats. Bretagne en andere Franse gebieden zoals de Vendée, kwamen rond dezelfde tijd in opstand tegen het centralistische regime van de “République Française, une et indivisible”. In 1799 werd de Bretoense opstand van de Chouans o.l.v. generaal Louis de Sol (1761-1836) door de Franse republikeinse troepen bloedig neergeslagen. Het bleef nog jaren onrustig in Bretagne. In 1804 probeerde de Bretoense leider Georges Cadoual zelfs Napoleon Bonaparte te ontvoeren, maar spijtig genoeg mislukte deze actie en de Bretoense leider werd door de Fransen terechtgesteld. Generaal de Sol verdween voor 10 jaar in de Franse kerkers en onderging een zeer zwaar gevangenisregime.

In 1814 kwam Bretagne terug in opstand tegen het keizerlijke Frankrijk. Generaal Louis de Sol organiseerde weer een opstand tegen het centralistische regime. Hij stond aan het hoofd van 25.000 goed georganiseerde Chouans en ze konden daarbij nog rekenen op 100.000 man ondersteuningstroepen. Het centrum van deze nieuwe Bretoense opstand lang in het departement Morbihan. De Bretoense vrijheidsstrijders zorgden ervoor dat zij in 1815 meer dan 25.000 Franse elitesoldaten van Napoleon in Bretagne bezighielden, zodat de Franse keizer die niet kon inzetten in de belangrijke slag tegen de geallieerden van 18 juni 1815 rond Waterloo.

De Bretoenen moesten het na verloop van tijd afleggen tegen de Franse overmacht aan troepen en materieel. Generaal de Sol stierf als een verlaten en gebroken man op 75 jarige leeftijd in 1836 in Bordeaux.

Georges Cadoual, Bretoens vrijheidsstrijder

Waterloo

Op 18 juni 1815 stonden in de vlakten rond Waterloo 115.000 goed geoefende Franse troepen tegen een verbond van 102.500 Engelsen en 22.600 troepen uit de Nederlanden o.l.v. de latere koning Willem II.

Twee dagen eerder waren de Pruisische troepen van Blücher in Ligny verslagen door de Fransen. De Fransen maakten jacht op de Pruisen, maar konden hen niet inhalen. De Nederlandse troepen konden dezelfde dag bij Quatre Bras standhouden tegen de troepen van de Franse maarschalk Ney.

Op 17 juni konden de Engelsen zich in het gehucht Mont Saint-Jean met veel moeite handhaven tegen harde Franse aanvallen.

Op de beroemde 18de juni begon de slag om 11u30. De Engelsen en de Nederlanders konden standhouden tegen de bloedige Franse aanvallen. Het strijdtoneel kantelde pas in de late namiddag in het voordeel van de geallieerden toen de 141.000 Pruisische troepen van von Bulows zich in het strijdtoneel wierpen. Napoleon moest nu wijken voor de overmacht. Tegen 21.00u. was de strijd gestreden en begonnen de Fransen aan hun aftocht, wat snel leidde tot de val van Napoleon. Op het slagveld bleven 27.000 Franse en 22.000 geallieerde doden achter. Hoe de uitslag van de veldslag zou zijn geweest als de Fransen geen 25.000 elitesoldaten in Bretagne moesten missen, kunnen we enkel maar gissen.

* Over deze periode schreef Even Erlanning het interessante boek “La résistance Bretonne à Napoleon Bonaparte, 1799-1815”. Uitgeverij D.U.C. Albatros, Parijs, 1994.

Luc Van den Weygaert.