Het lot van de Vlaamse regeringspartijen

Jean-Pierre Rondas, voormalig producer en journalist van de klassieke muziekzender Klara (VRT), analyseert de Vlaamse politieke zwakte van de jongste jaren tot op bot in zijn boek “De hulpelozen aan de macht. Het federale graf van de Vlaamse regeringspartijen”.

Hij doet dit in een stijlvolle taal die het midden houdt tussen geschreven en gesproken woord, vaak met een monkelende achtergrond, cynisme is voor Rondas een stijlfiguur.

Jean-Pierre Rondas heeft een scherpe penRondas is stichtend lid van de Gravensteengroep, een burgerinitiatief dat vanuit progressieve hoek al jarenlang pleit voor Vlaamse zelfstandigheid. Het boek omvat teksten die hij schreef voor een 11-Juli-rede van het Vlaams progressieve maandblad “Meervoud”, voor het Priester Daensfonds, voor de Warande, de Vlaamse Volksbeweging, de cultuurraad van de gemeente Wezembeek-Oppem en als opiniebijlagen voor de kranten De Morgen, De Standaard en het weekblad Knack. Rondas studeerde Germaanse taal- en letterkunde en filosofie aan de Universiteit van Gent .

Vanuit hun minderheidspositie (60 N / 40 F) konden de Franstaligen zich manoeuvreren in een meerderheidspositie tegenover de Vlamingen van soms vier tegen één (Wallonië, franstalig Brussel, de Franstalige Gemeenschap, soms ook de Duitstalige Gemeenschap). Rondas is zwaar gedesillusioneerd in de traditionele Belgische partijen (christen-democraten, liberalen, socialisten).

De B-partijen laten zich Vlaams verkiezen, maar regeren Belgisch en dat belgicisme is nu hun enig nog overblijvende ideologie. Volgens Jean-Pierre Rondas zullen ze er aan ten onder gaan, maar dat risico kenden ze op voorhand.

De Vlaamse partijen in de regering zijn weggezakt in een soort staatsraison. En hebben zich laten vangen in de fuik van de tijd die de Franstaligen gelegd hadden, tot twee keer toe (in 2007 en in 2010-2011). De vraag is : komt er een derde keer ? Volgens Rondas komt er een grondige herschikking van het partijlandschap. En hij doet een voorspelling : eerst verdwijnt de Open Vld, dan de CD&V en dan de Sp.a en een implosie van de traditionele partijen is het einde van België (p19).

In een eerste essay vraagt Rondas zich af wat er geworden is van de oproep tot steun van premier Di Rupo voor de Vlaamse regeringspartijen. Hebben ze die hulp gekregen en waarom hebben ze die steun en hulp nodig ? Waarschijnlijk omdat ze de oproep van de Vlaamse pers tot ‘redelijkheid’ stipt hebben opgevolgd.
Het gevolg van Di Rupo’s steun is dat de federale regering oppositie voert tegen de oppositie, ze verdedigt haar beleid niet, ze valt de oppositie aan. De voorbeelden zie je wekelijks in  “Villa Politica”. Maar welke hulp krijgen de Vlaamse partijen ? Rondas analyseert het via het Nederlands van Di Rupo, de metamorfose van Hendrik Bogaert, de ‘nare kantjes’ van de zesde staatshervorming en de Vlaamse Rand. Rondas distilleert uit zijn analyses een ‘wet’ : Franstaligen vinden dat ze recht hebben op een 60/40-verhouding, in hun voordeel (“la Belgique nous appartient”). Met medewerking van de Vlaamse B-Partijen krijgen ze die vaak ook. En er zullen altijd proffen en commentatoren te vinden zijn die dit systeem verdedigen (p35). Van de federale regering is weinig hulp te verwachten, de B-partijen zullen zichzelf moeten helpen.

Rondas trekt ook een besluit voor de Vlaamse Beweging, die is ‘geen taalbeweging meer maar een sociale burgeractie die op den duur een autonoom, soeverein gewest heeft voortgebracht. Laat dit gewest dan het territorium van de natie zijn en de natie het oord van het georganiseerde meningsverschil tussen mensen die tot deze natie willen behoren’ (p 61). België is een bedreiging voor Vlaanderen en moet zo snel mogelijk verdwijnen. Daarna kan dan aan Brussel gevraagd worden of het nog interesse heeft in financiële of andere samenwerking.

In een tweede ‘pamflet’ richt Rondas zich specifiek tot de CD&V en wel vanuit Daensistische invalshoek. Volgens Rondas is de christendemocratie mee gestapt in twee tendensen die ze had moeten bestrijden : de neoliberale en de belgicistische. Door mee te stappen in de neoliberale logica hebben ze het geld van de kleine man ‘verprutst’ (Dexia). Rondas neemt daarvoor ‘de bode’ die vroeger voor de christelijke zuil aan huis kwam als symbool. Ten tweede heeft de CVP/CD&V zich helemaal laten domineren door haar belgicistische vleugel, verblind door de belangen van de unitaire CM en ACV. Heel haar geloofwaardigheid en haar historische verbondenheid met de Vlaamse Beweging en de gewone man heeft de christendemocratie daarmee verloren. Van {CD&V} blijft enkel {&} over. Rondas roept op om de christelijke zuil te verlaten; er zijn degelijke alternatieven voor de CM.

Het derde grote deel van het boek is het bekende ‘over rotte compromissen en suïcidale dialogen’ de oudste tekst eigenlijk. Maar daarin is al duidelijk hoe het denken van Rondas gefocust is, toen al op die kernpunten : de B-partijen die meegezogen worden in de foute logica van de redelijkheid en de compromissen en die zal leiden naar hun ondergang. Ook de suprematie van de Franstaligen via de grendels in de grondwet is ook al in die tekst aanwezig.
De hulpelozen van de macht”  is een haarscherpe analyse van het soort die de zgn.  kwaliteitspers van De Standaard en De Morgen niet wensen te maken.

Jean-Pierre Rondas, De hulpelozen van de macht. Het federale graf van de Vlaamse regeringspartijen”,uitgeverij Pelckmans, Kapellen, 152 blz., 2012, €15, ISBN 9789028970175 .