Het communautaire is terug. En maar goed ook

door Redactie Binnenland ’t Pallieterke . 

Met zijn pleidooi om in Vlaanderen sneller coronaversoepelingen door te voeren als de vaccinatie hier veel beter vlot dan in de andere gewesten, heeft minister-president Jan Jambon een steen in de communautaire kikkerpoel gegooid. Gelijk heeft hij, en dat om verschillende redenen.

  1. Brussel blijft een probleem 
    stadhuis Brussel

24 procent in Vlaanderen, 23 procent in Wallonië en 17,5 procent in Brussel. Ziedaar de regionale verdeling van de vaccinatiegraad bij volwassenen. Dat doet hier en daar al een alarmbel afgaan. Als Brussel blijft achterlopen met de coronaprik, betekent dit dat het langer zal duren vooraleer er de komende maanden verregaande versoepelingen worden doorgevoerd. Daarom dat Vlaams minister-president Jan Jambon (N-VA) een lans brak voor het sneller versoepelen in Vlaanderen als andere gewesten achterop lopen. Het leidde tot verontwaardiging aan de andere kant van de taalgrens. Er mocht geen sprake zijn van een regionale aanpak. En er is geen tijd voor communautaire spelletjes, zegt men aan Franstalige kant.

Toch heeft Jambon hier gelijk. Met zijn pleidooi legt hij de vinger op de Brusselse wonde. Vaak slaat de hoofdstad zichzelf op de borst : het is het economische hart van België waar 20 procent van de welvaart wordt gecreëerd met amper 12 procent van de bevolking. Kan wel zijn, maar de samenstelling van die bevolking heeft wel een impact op de coronapandemie en de vaccinatie. Splitst men de cijfers op per Brusselse gemeente, dan blijkt dat het rijkere Ukkel of Sint-Pieters-Woluwe de nationale vaccinatietrend volgt. 75 tot 80 procent van de 65-plussers hebben al een eerste prik gekregen. In de armere gemeenten als Sint-Joost en Molenbeek is dat tussen 51 en 61 procent. Men moet er ook geen tekening bij maken dat het multiculturele karakter van de gemeente ook een rol speelt.

Jambons bezorgdheid is terecht, want met een lagere vaccinatiegraad in deze armere, multiculturele wijken waar men dicht op elkaar leeft, zal er in het najaar van 2021 slechts één vonk nodig zijn om via een ingevoerde coronavariant nieuwe broeihaarden te doen opflakkeren. Zal men dan beslissen om opnieuw het hele land in lockdown te laten gaan? De “communautaire bezorgdheid” is hier meer dan terecht. In de zomer van vorig jaar kende Antwerpen een heropflakkering en werd er snel lokaal opgetreden. In Luik gebeurde in september hetzelfde, maar men liet begaan. De tweede golf was daar snel een feit en de rest van het land moest er een prijs voor betalen.

  1. De Vlaamse Regering en de N-VA krijgen een smoel
    anti-Vlaams racisme nog erg actief

Door de Vlaamse trom te roeren krijgt de Vlaamsgezinde flank van de regering-Jambon weer wat zichtbaarheid. En dat was nodig, want op het Overlegcomité was de indruk ontstaan dat Vlaanderen ondergeschikt was aan de andere regio’s. Al sinds 2014 is een Vlaams-nationalist minister-president, maar daar was in het politieke discours weinig van te zien.

Het is nodig dat de N-VA op die manier opnieuw ‘een smoel krijgt’, om het wat oneerbiedig te zeggen. Vlaams-Waalse spanningen kunnen best via dagelijkse bekommernissen de gevoelens van de gewone burger beroeren. Het is niet slecht dat de partij met het oog op de volgende verkiezingen een congres organiseert waarin opnieuw gepleit wordt voor een omslag die op zijn minst richting confederalisme gaat. Maar nu moet de focus op aparte dossiers liggen: de mogelijke coronagijzeling door het geknoei in Brussel en straks het anti-Vlaamse beleid van de federale regering die wellicht belastingen zal moeten verhogen die door de Vlamingen worden betaald.

En waarom niet wijzen op het feit dat er, afgezien van Sophie Wilmès (Buitenlandse Zaken), Thomas Dermine (Relancebeleid) en met wat goede wil Pierre-Yves Dermagne (Werk), geen Franstalige federale excellenties zijn die deftig Nederlands kunnen spreken ?

  1. De belgicist Bouchez werd te populair

In dat verband moet ook het optreden van MR-voorzitter Georges-Louis Bouchez in De Afspraak op Vrijdag vermeld worden. De man kwam naar de VRT-studio en nam deel aan het debat, zonder oortje met een vertaling in, maar sprak geen gebenedijd woord Nederlands. En dat voor iemand die zich een fiere Belg noemt.

Belgicist Bouchez kan geen Nederlands

Maar zelfs na die uitzending kon Bouchez rekenen op enige sympathie bij de rechtse Vlaming. Meer nog, zijn populariteit in het noorden van het land nam de voorbije weken zelfs structureel toe. Reden is dat Bouchez één van de weinigen is die kritiek durft te uiten op het zeer strenge coronabeleid van de federale regering met minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke (Vooruit) als belangrijkste vertegenwoordiger van die strekking. Dat sloeg ook in Vlaanderen aan, zeker met hier een makke Open Vld die amper opkomt voor de belangen van zelfstandigen en bedrijven die nu al maanden lijden onder de coronabeperkingen.

Er werd bijna vergeten dat diezelfde Bouchez de architect is van een heilloze Vivaldi-regering, want het is hij die achter de rug van PS en N-VA de liberalen aan de groenen klikte om een anti-Vlaamse federale regering te vormen. Het is ook Bouchez die heimwee heeft naar la Belgique à papa en droomt van een unitaire staat. De Bergenaar zegt dat hij tegen 2024 Nederlands zal kunnen. Een modale Vlaming die er zijn tanden inzet kan tegen die datum Russisch of zelfs Chinees spreken.

De belgicist Bouchez was te populair aan het worden, maar de ballon wordt nu doorprikt. Want hij was één van de eersten die zei dat er van een communautarisering van het coronabeleid geen sprake kon zijn. Bouchez verdedigt enkel de Franstalige belangen. Ook als hij het over het heilloze coronabeleid heeft.

Foto’s (c) Gazet van Hove.