Kindhuwelijken zijn een wereldwijd probleem : elke dag (!) worden liefst 47.700 minderjarige meisjes uitgehuwelijkt, meestal tegen hun zin en dus gedwongen. Kindhuwelijken met meisjes komen het meest voor in Zuid-Azië en sub-Saharaans Afrika. De tien landen met de hoogste graad van kindhuwelijken bevinden zich in deze twee regio’s.

Door de migratie- en de vluchtelingencrisis wordt de situatie ook in België ‘complexer’. Gehuwde minderjarigen komen immers ook in onze opvangstructuren terecht. In de maand april 2016 bijvoorbeeld ging het volgens gegevens van De Kamer om 24 gekende gevallen. Als het gaat om erg jonge kinderen worden de koppels uit elkaar gehaald of gescheiden. Als in de concrete situatie blijkt dat het gaat om een persoon die bijna de meerderjarigheid bereikt, dat er geen groot leeftijdsverschil is met de partner en er een affectieve band is, wordt toch oogluikend toegestaan dat men samenblijft. Wanneer men in België wil huwen, vereist artikel 144 van het Burgerlijk Wetboek dat beide aanstaande echtgenoten meerderjarig zijn. De wet laat toe dat de familierechtbank om gewichtige redenen toch toelaat dat een minderjarige in het huwelijk treedt, met toestemming van zijn of haar ouders of deze van de voogd. Indien de ouders niet instemmen met het huwelijk, zal de minderjarige niet kunnen huwen, tenzij de weigering tot instemming van (een van) de ouders onrechtmatig is. Dan kan de rechtbank als er gewichtige redenen zijn, toch de toestemming verlenen.

Wetsvoorstel

Om het probleem van de kindbruidjes ook in België aan te pakken, hebben twee parlementsleden van CD&V, Els Van Hoof en Nahima Lanjri, onlangs een wetsvoorstel ingediend ‘tot wijziging van het Wetboek van internationaal privaatrecht, wat betreft de erkenning van buitenlandse huwelijken met minderjarigen in het kader van de strijd tegen kindhuwelijken’. Het voorstel staat op de webstek van de Kamer. Het wetsvoorstel strekt ertoe minderjarige vluchtelingen of migranten beter te beschermen bij het erkennen van een in het buitenland gesloten huwelijk. “Wanneer een of beide echtgenoten op het ogenblik van het verzoek tot erkenning van het huwelijk nog niet de meerderjarigheid heeft bereikt, kan de erkenning van dat huwelijk voortaan enkel gebeuren door de familierechtbank.” De familierechtbank dient hierbij na te gaan of de regels van de internationale openbare orde van toepassing op internationale huwelijken gerespecteerd werden, in het bijzonder rekening houdende met de vrije instemming van beide echtgenoten en het bestaan van een emotionele band tussen beide echtgenoten, en of het huwelijk volgens het recht dat de grond- en vormvoorwaarden ervan bepaalt rechtsgeldig is gesloten.

Tweede aanpassing

Een tweede aanpassing strekt ertoe de leeftijdsvoorwaarde en de voorwaarden voor minderjarigen om in het huwelijk te treden uitdrukkelijk van toepassing te maken op alle huwelijken die door de Belgische ambtenaren van de burgerlijke stand worden gesloten, ook wanneer volgens het recht dat bij toepassing van de regels van het internationaal privaatrecht de aanstaande echtgenoten in het huwelijk kunnen treden voor de leeftijd van achttien jaar. Tot slot bouwt het wetsvoorstel eenzelfde bescherming in voor koppels die wettelijk samenwonen of die een relatie van samenleven hebben die door het internationaal privaatrecht gelijkgesteld wordt met de wettelijke samenwoning, zoals we deze in België kennen.

Besluit

Het wetsvoorstel van de twee parlementsleden is interessant. Een belangrijk punt evenwel is dat het maar om een voorstel gaat, zoals er de jongste weken tientallen werden ingediend. Een initiatief van de (volgende) regering (een ontwerp dus) zou een stuk geloofwaardiger zijn.

THIERRY DEBELS in © ’t Pallieterke.

Foto’s © Gazet van Hove.