door Filip Van Laenen in ’t Pallieterke .
Na de rampzalige peiling van eerder deze maand is het alle hens aan dek bij Open Vld. Maar met amper 6,6 procent van de kiesintenties deed ook Groen het niet bepaald schitterend in die peiling. Toch hebben de Vlaamse ecologisten meer tijd om hun zaken weer op orde te krijgen dan de liberalen, al doen ze er anderzijds toch ook goed aan eerder vroeg dan laat weer in actie te schieten.
In de nasleep van de voor Open Vld historisch slechte peiling heeft partijvoorzitter Eva De Bleeker een G10 in het leven geroepen die haar de komende maanden moet bijstaan bij het bestuur van de partij. Er is duidelijk haast bij om een nieuwe koers uit te tekenen, en het is trouwens twijfelachtig of De Bleeker de zomer haalt als partijvoorzitter als de volgende peiling even slecht of zelfs nog slechter is voor haar partij.
Bij Groen is er van een G10 of iets dergelijks voorlopig nog geen sprake. De partij trachtte zich afgelopen week nog eens in het nieuws te werken door te protesteren tegen de nieuwe legerbasis in Aalter, omdat die in natuurgebied terecht zou komen. Het is een standpunt waar men bij de enge achterban misschien wel mee kan scoren, maar gegeven de geopolitieke situatie levert het bij de rest van Vlaamse kiezers waarschijnlijk niet veel meer op dan een ongeïnteresseerd schouderophalen. Het valt ook af te wachten of de klacht van Groen tegen Pieter De Crem, de lokale burgemeester, maar dan vanwege discriminaties bij het inschrijven in de gemeente, de partij veel nieuwe stemmen zal opleveren.
Geen dreigende overname
In tegenstelling tot Open Vld, dat met de N-VA al een Vlaamse concurrent had, en sinds een tijdje met MR Vlaanderen ook nog eens een potentiële Belgische concurrent in eigen gouw, blijft Groen in Vlaanderen over een monopolie op het politieke ecologisme beschikken. Er is geen andere Vlaamse partij die evenzeer aanspraak kan maken op de thema’s milieu en klimaat als Groen, en er is al helemaal geen sprake van een ‘Ecolo Vlaanderen’ of iets in die zin. De afwezigheid van een concurrent op het kernthema maakt dat de klok voor Groen niet zo dreigend tikt als voor Open Vld.
Daarbij is het een magere troost dat Groen lang niet de enige groene partij in Europa is die het tegenwoordig slecht doet in de stembus en in de peilingen. Ecolo zit evenzeer in de problemen, en ook in landen zoals Nederland, Duitsland en Frankrijk doen de groene partijen het niet bepaald schitterend. Maar de partij wordt daardoor niet geconfronteerd met het contrast waar Open Vld mee zit, namelijk op een historisch dieptepunt te zitten net op het ogenblik dat de MR in Wallonië hoge toppen scheert. Dat contrast maakt de crisis voor Open Vld alleen maar groter.
Minder diepe val
Nog een effect dat meespeelt : twee decennia geleden haalde Open Vld nog scores van boven de twintig procent en had toen zelfs de ambitie om een ware volkspartij te worden, die kon uitgroeien naar meer dan dertig procent. Groen daarentegen is er nooit in geslaagd een uitslag te halen die ver boven de tien procent uitsteeg. Het maakt de val voor Groen veel minder diep, ook al dreigt de kiesdrempel voor Groen even hard als voor Open Vld.
Bovendien is Groen al eens eerder door de kiesdrempel gezakt, waarna de partij zich weer heeft kunnen herstellen. Dat maakt natuurlijk dat men bij die partij iets rustiger en met veel minder existentiële angst aankijkt tegen die kiesdrempel dan bij Open Vld, waar men waarschijnlijk nooit gedacht had ooit geconfronteerd te worden met een verkiezingsuitslag met slechts één cijfer voor de komma.
Erosie dreigt
Toch dringt ook voor Groen de tijd. Ten eerste is het natuurlijk zo dat het gemakkelijker is om een partij weer op te bouwen als ze in de peilingen nog steeds zes of zeven procent haalt, dan wanneer ze helemaal door het ijs is gezakt, en amper nog drie of vier procent haalt. In dat laatste geval dreigt ze uiteindelijk zelfs niet meer vermeld te worden in de uitslagen. Maar de ambitie van Groen zou toch ook moeten blijven om op termijn weer naar de tien procent te groeien, en dat is een pak meer dan zoals vandaag nipt boven de kiesdrempel te blijven zweven.
We denken echter dat vooral het risico op een diepgaande erosie voor de top van de partij een zorg zou moeten zijn, zeker als de zaken blijven aanslepen zonder dat er echt verbetering in zicht is. Niet iedereen wil zijn vrije tijd blijven steken in een partij die toch maar in het moeras blijft steken. Dan maken sommigen liever de overstap naar de niet-partijpolitieke milieu- of klimaatbeweging, al is er in dat geval nog niet echt een man overboord. Die bewegingen kunnen immers fungeren als een reservoir tot er weer betere tijden aanbreken voor Groen.
Erger is dat sommigen ook de overstap zouden kunnen maken naar de linkse concurrenten PVDA en Vooruit. En dat geldt nog meer voor nieuwe talenten die op die manier verloren gaan voor Groen. Niet dat wij er ’s nachts wakker van gaan liggen, maar op die manier dreigt de partij wel een generatie politici mis te lopen.
Partijvoorzitter Bart Dhondt heeft dus wel meer tijd dan zijn collega De Bleeker van Open Vld om zijn partij te hervormen en klaar te stomen voor de verkiezingen van 2029 (of eerder), maar zeeën van tijd heeft hij nu ook weer niet. Dat hij nog steeds niet uit de startblokken is geschoten en dat er bij de partij een soort van ‘business as usual’ lijkt te heersen na alweer een slechte peiling, doet echter vermoeden dat hij misschien toch niet de juiste man op de juiste plaats is.