Pieter De Cock (CD&V) : ‘Franckens defensiemiljarden zouden cruciale mobiliteitsdossiers uit het slop kunnen trekken.’

door Pieter De Cock – www.doorbraak.be .

foto cover : Minister van Defensie Theo Francken (N-VA).

Sinds de Russische inval in Oekraïne staan veiligheid en defensie in heel Europa opnieuw in het middelpunt van de belangstelling. De terugkeer van oorlog op het Europese continent heeft ervoor gezorgd dat België, net zoals al onze Europese bondgenoten, een duidelijk engagement uitsprak om de budgetten voor defensie eindelijk significant te verhogen. De NAVO-norm van 2 procent van ons bruto binnenlands product (bbp) wordt als een duidelijke ondergrens beschouwd. Terecht, als gastland van zowel de NAVO als de Europese Unie is het statuut van slechtste leerling van de klas niets om trots op te zijn.

De registers worden nu opengetrokken, budgettaire engagementen worden aangegaan, noden en projecten worden gezocht om onze defensie opnieuw op peil te krijgen. Maar wie wint er met al die militaire miljarden ? Welke strategische keuzes worden gemaakt ? Gaat de visie verder dan onze lege munitiemagazijnen en barakken te vullen ? Gaan we nu echt al dat geld laten wegvloeien naar bedrijven in de Amerikaanse militaire industrie of benutten voor wapenfabrikanten in binnen- en buitenland ?

Vlaanderen

Vlaanderen is bij uitstek een logistieke hub en transportkruispunt. De aanwezigheid van de havens van Zeebrugge en Antwerpen, de intermodale connecties vanuit deze havens naar het hinterland en ons transportnetwerk dat de deur naar de Europese Unie vormt, maken van onze regio een cruciaal puzzelstuk op de Europese transportmap. En laat het nu een vaststaand feit zijn dat de inzet van militair personeel en militaire logistiek sterk afhankelijk is van mobiliteit. We kunnen tanks en wapens kopen, militair personeel aanwerven en grote logistieke oefeningen van de NAVO willen ontvangen, als deze vaststaan in de haven of dagelijks mogen aanschuiven op de Antwerpse Ring, dan kopen we er niet veel mee.

Toch ontbreekt het ons vandaag aan voldoende capaciteit om te excelleren in onze rol van logistieke draaischijf van Europa

Het is niet voor niets dat uitgerekend de heirbanen een overgebleven erfenis van de Romeinse legioenen zijn. Tot vandaag blijven zij vaak belangrijke transportassen, in combinatie met moderne snelwegen of minder moderne steenwegen. Efficiënte transporten en logistieke stromen bepalen mee hoe krachtig en hoe ontradend militaire operaties zijn, zowel voor oefeningen als in reactie op crisistoestanden.

Toch ontbreekt het ons vandaag aan voldoende capaciteit om te excelleren in onze rol van logistieke draaischijf van Europa. De spoorlijnen en snelwegen vanuit de havens zijn verzadigd, de grensoverschrijdende treinroutes zijn  ronduit ontoereikend. Van de zeven grensoverschrijdende spoorverbindingen die België verbinden met Nederland en Duitsland zijn er slechts twee geschikt om goederenstromen richting het oostelijke NAVO-gebied te brengen : de Montzenroute van Hasselt naar Aken en de verbinding via Essen naar de Nederlandse Betuweroute. Al jaar en dag schreeuwt onze economie om betere internationale connecties van en naar die havens.

Investeren in verbinden

Als we onze rol als transportknooppunt willen blijven invullen, zijn investeringen nodig. Daar was de voorbije jaren nooit budgettaire of beleidsmatige ruimte voor. Twee van de meest essentiële transportdossiers die al sinds mensenheugenis aanslepen zijn gelinkt aan de haven van Antwerpen-Zeebrugge. Het gaat enerzijds om het dossier van de IJzeren Rijn of 3RX, waarbij een rechtstreekse spoorverbinding tussen de haven van Antwerpen en het Rijn-Ruhrgebied in Duitsland wordt voorzien. Voor deze internationale spoorverbinding dient een passage rond het Nederlandse Roermond voorzien te worden. Een dossier dat de Nederlandse beleidsmakers al jaar en dag blokkeren, uit angst voor een sterkere concurrentiepositie van de haven van Antwerpen-Zeebrugge tegenover Rotterdam. Een tweede dossier is de tweede spoorontsluiting van de haven, waarbij een nieuwe verbinding tussen Antwerpen en Lier nodig is. Zo moet het goederenvervoer uit de haven geen gebruik te maken van de al verzadigde spoorlijn tussen Antwerpen en Mechelen.

Toekomstgerichte ingrepen

Als we de NAVO-norm van 2 procent (of meer) willen halen, zijn dergelijke toekomstgerichte ingrepen broodnodig. Investeer dus in die Vlaamse havens en de spoorverbindingen die onze havens ontsluiten. Een honderdtal tanks transporteer je nu eenmaal niet doorheen Europa met het vliegtuig of via een vrachtwagen. In de wetenschap dat enkel federale investeringen meetellen in de NAVO-norm van 2 procent, moeten we hiervoor van de regionale overheden dan ook geen extra inspanningen in militaire investeringen vragen. Hun geïnvesteerde budgetten worden toch niet meegeteld, laat hen maar gericht investeren. Maar die inspanning moeten we wel kunnen vragen van het federale niveau. En zeg nu zelf, zou defensieminister Theo Francken (N-VA) niet liever wat van dat geld naar de Vlaamse economie laten stromen, dan het louter in de portefeuille van FN Herstal en bijgevolg de Waalse overheid te pompen ?

Let’s not waste a good crisis ? Franckens defensiemiljarden zouden cruciale mobiliteitsdossiers uit het slop kunnen trekken. Want een betere goederenstroom uit de havens en richting onze buurlanden, dat is niet enkel een evidente versterking van ons economische netwerk. Het is ook een investering waar zowel de NAVO als het veiligheidsbeleid van de Europese Unie op zitten te wachten. We investeren zowel in onze Vlaamse welvaart, duurzaamheid en economie als in onze cruciale militaire logistieke functie en komen op die manier onze internationale engagementen na. Win-win ?

Pieter De Cock (CD&V) is lid van de gemeenteraad van Antwerpen en voorzitter van de Antwerpse JONGCD&V.

foto’s (c) Gazet van Hove.