door Anton Schelfaut in ’t Pallieterke .

In haar wekelijkse column op HLN.be uit seksuologe en voormalig Open Vld-Kamerlid Goedele Liekens haar bezorgdheid over ‘een nieuwe golf van vrouwenhaat en patriarchaat die over de wereld waait’. Volgens Liekens zijn het vooral jonge mannen die een terugkeer naar een patriarchale samenleving voorstaan. 

Liekens waagde zich zelfs aan een nog gedetailleerdere beschrijving : het zou gaan om extreemrechtse fundamentalisten. Want wie denkt dat het vooral moslimmigranten zijn die vrouwenrechten willen terugschroeven, dwaalt. “Bij de antigenderbeweging zitten nauwelijks moslims”, schrijft Liekens. 

Met dergelijke onzinnige uitspraken is het Liekens zélf die het draagvlak voor de feministische beweging onderuithaalt. Een legitiem pleidooi voor gelijkwaardigheid tussen man en vrouw wordt bezoedeld door de uitwassen van de feministische beweging. Maar wat feministe Liekens lijkt te vergeten, is dat moslims geen lid worden van de antigenderbeweging omdat gender volgens hen niet bestaat.

Er zullen ongetwijfeld ‘extreemrechtse fundamentalisten’ zijn die op zoek zijn naar een zogenaamde ‘trad wife’. Maar beweren dat er nauwelijks moslims bij de anigenderbeweging zitten, is natuurlijk je reinste onzin. Het zijn geen ‘extreemrechtse fundamentalisten’ die in België gescheiden zwemuurtjes voor mannen en vrouwen willen invoeren. Of die ervoor zorgen dat vrouwen niet meer alleen op straat durven te wandelen in onze grootsteden (herinner u de documentaire ‘Femme de la rue’). Of van wie vrouw en dochter enkel volledig gesluierd het huis mogen verlaten. Het is ook geen toeval dat vrouwen met een migratieachtergrond oververtegenwoordigd zijn in de werkloosheidsstatistieken : vaak mógen ze simpelweg niet werken en móéten ze thuisblijven om voor de kinderen te zorgen en het huishouden te doen. 

Net zoals ‘extreemrechts’ een reactie is op woke, is het succes van vrouwenhater Andrew Tate een gevolg van de uitwassen van de feminitische beweging. De haat van sommige delen van de feministische beweging ten aanzien van alles wat mannelijk en daarom ‘toxisch’ is, heeft geleid tot een generatie van gefrustreerde jonge mannen. Het is waarschijnlijk dat hun frustratie wortel heeft geschoten in de doorgeslagen feministische agenda. Zonder radicale feministen geen Andrew Tate.

De verworvenheden van de eerste feministische golven zijn stilaan vanzelfsprekendheden. Weinig autochtone Vlamingen trekken fundamentele (vrouwen)rechten als stemrecht, recht op onderwijs, deelname aan betaalde arbeid en seksuele vrijheid nog in twijfel. Maar dat zijn (tenminste in het Westen) universele rechten en geen rechten die eigen zouden mogen zijn aan een specifieke groep. De constructiefout van bewegingen zoals de feministische is dat ze geen genoegen nemen met een gelijke behandeling, maar bepaalde priviliges willen omdat ze tot een bepaalde groep behoren. Waarom zou bijvoorbeeld vrouwenmoord of femicide zwaarder bestraft moeten worden dan een moord op een man, louter omdat het slachtoffer een vrouw is ?

foto’s (c) Gazet van Hove.