Engeland | Verenigd Koninkrijk

Door Dirk Rochtus – www.doorbraak.be

Volgens een door de Franse krant Le Figaro gepubliceerde enquête zou 43 % van de Britten ervoor gewonnen zijn dat hun land de Europese Unie (EU) verlaat. Wat zouden de gevolgen van zo’n ‘Brexit’ zijn ?

De Europese inburgering moet beter !

De Britse premier David Cameron heeft voor 2017 een referendum aangekondigd waarin de Britten kunnen stemmen over de eventuele uittreding van hun land uit de EU. Groot-Brittannië heeft altijd al een ‘speciale’ verhouding met Europa en met de EU gekend. Winston Churchill liet ooit in de Saturday Evening Post (15 februari 1930) de volgende woorden optekenen : ‘We are with Europe, but we are not of it.’ In 1973 werd Groot-Brittannië toch lid van wat toen nog Europese Gemeenschap heette, maar wat als zijn burgers 44 jaar later bij meerderheid zouden beslissen om niet meer ‘van de EU’ te zijn ? Fabian Zuleeg, Chief Executive van de in Brussel gevestigde denktank ‘European Policy Centre’, heeft grondig nagedacht over de gevolgen van een uittreding van Groot-Brittannië, de zogenaamde ‘Brexit’.

Machtsverschuiving

Een van de eerste zichtbare gevolgen van een Brexit zou een machtsverschuiving binnen de EU en haar instellingen zijn. Frankrijk en Duitsland omvatten nu 29% van de bevolking van de EU en zijn samen goed voor 16,5% van de stemmen in de Europese Raad. Na een Brexit zouden deze cijfers respectievelijk 33% en 17% bedragen. Volgens Zuleeg moet de vrees voor een daardoor toenemende Duitse macht worden gerelativeerd. Duitsland zou immers met Groot-Brittannië niet alleen een medelid van de EU, maar ook een partner verliezen waarmee het vaak heeft samengespannen zoals wat de visie op handel betreft. De Progressieve Alliantie van Socialisten en Democraten (S&D), de sociaaldemocratische fractie in het Europees Parlement, zou ook een aderlating krijgen door het wegvallen van Labour. Een ander gevolg slaat op de domeinen waarop Groot-Brittannië nu gefocust is, zoals vrijhandel en eenheidsmarkt. Zuleeg meent dat de tendens naar staatsinterventionisme in de economische sfeer zou toenemen.

Venster op de wereld

Ook internationaal valt de bijzondere rol van Groot-Brittannië niet te veronachtzamen. De EU geniet onrechtstreeks toch een zekere invloed in de wereld met een Groot-Brittannië dat permanent lid van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties (VN) is. Omgekeerd verliest Londen met een Brexit ook de internationale omkadering en ruggensteun van de EU. Zuleeg vraagt zich af of Groot-Brittannië door een Brexit niet ook op binnenlands vlak zou worden geschaad : zou het land nog wel aantrekkelijk blijven voor buitenlandse investeringen (‘foreign direct investment’ of FDI in vaktaal) wanneer het buiten de Europese eenheidsmarkt valt ? Zou het voor de Britten interessant zijn om toch weer toegang te krijgen tot die eenheidsmarkt onder regels en voorwaarden waarover ze na hun Brexit niets meer te zeggen zouden hebben ? De eurozone zelf zou als geheel misschien meer armslag krijgen na de ‘exit’ van een land dat de eenheidsmunt nooit heeft aanvaard. Vast staat volgens de analyse van Zuleeg dat de Brexit noch voor Londen noch voor de EU veel voordelen oplevert. De Britten mogen dan vaak zo dwars liggen dat sommige critici wel eens schertsend opmerken dat Groot-Brittannië zich met zijn trans-Atlantische oriëntatie beter zou aansluiten bij de Verenigde Staten van Amerika. Maar het is net door het sluiten van dat venster op de wereld ook dat een Brexit zich tot een internationale verliespost voor de EU zou ontpoppen.