Mao’s Culturele Revolutie : burgeroorlog en kannibalisme

door Paul Bäumer in (c) ’t Pallieterke .

Meestal gaan verhalen over de Culturele Revolutie in China alleen over de Rode Gardisten in de steden. Maar er waren nog ergere aspecten.

= PVDA , aanbidders van een massamoordenaar

Op 20 juli 1967 weigerden militairen in de Militaire Zone Wuhan, in de provincie Hubei, Mao’s bevelen op te volgen. Er werden zuiveringen uitgevoerd en nieuwe bevelhebbers aangesteld, die de rebellie bloedig onderdrukten. In de stad Wuhan alleen werden 600 mensen gedood en 68.000 anderen werden gefolterd en/of werden voor het leven verminkt. In heel de provincie werden 184.000 mensen gedood of gefolterd. Tussen juli en september 1967 braken in de stad Chongqing, in de provincie Sichuan, gevechten uit tussen twee gewapende fracties, allebei maoïstisch, die elkaar als “bourgeois” en “contrarevolutionairen” beschouwden. Er volgden 22 grootschalige gevechten waarbij tanks en mitrailleurs werden ingezet. Het aantal gesneuvelden is onbekend, maar er werden wel 1.737 gevangenen en ongewapende burgers vermoord.

In de provincie Hunan werden bij pogroms in het landelijke gebied Dao 4.193 mensen vermoord en 326 gedwongen zelfmoord te plegen. Zij waren zogezegd ‘klasse-vijanden’. In het naburige Ningyuan werden op dezelfde manier 1.092 klasse-vijanden vermoord. Hele families werden uitgeroeid, inclusief de kinderen. Dit zijn slechts enkele voorbeelden uit een heel lange rij. Een volledig overzicht is op internet te vinden in “Chronology of Mass Killings during the Chinese Cultural Revolution (1966-1976)” van Song Yongyi.

Separatisten

PVDA-krant huldigt steeds massamoordenaars

In de regio Binnen-Mongolië – niet te verwarren met de onafhankelijke staat Mongolië – werden tussen 1967 en 1969 minstens 16.000 Mongolen vermoord tijdens een zuiveringsactie tegen een separatistische beweging, die misschien niet eens bestond, net zoals de vele “contrarevolutionaire” en “reactionaire” organisaties in China zelf niet bestonden. Nog eens 250.000 mensen werden mishandeld, gefolterd of verminkt.

Marxistische kannibalen

In Wuxuang, in de regio Guangxi, bereikte de waanzin een psychopathisch hoogtepunt. Bij onderlinge gevechten en zuiveringen tussen maoïsten van verschillende strekkingen werden zo’n 150.000 mensen gedood. De slachtoffers werden onthoofd, doodgeslagen, verdronken of levend gekookt. Bij anderen werden hun darmen uitgesneden terwijl ze nog leefden. Of hun levers werden uit hun buikholte gehaald. Of ze werden gecastreerd. Hun harten werden uitgesneden zoals bij Azteekse mensenoffers. En soms werden de slachtoffers zelfs opgegeten in grote festijnen.

In tijden van hongersnood kan kannibalisme overal voorkomen, ook bij de beschaafdste mensen. Maar hier was geen hongersnood. Dit gebeurde uit haat tegen de klasse-vijanden en vanuit het oeroude, primitieve waanidee dat men de macht van een man kon overnemen door zijn hart, zijn lever of zijn genitaliën op te eten. Dat gebeurt als mensen alle religieuze, filosofische en ethische tradities overboord gooien. Confucianisme en taoïsme in China, joods-christelijke ethiek bij ons. Dan krijgt men geen bevrijde ‘nieuwe mensen’. Dan steekt de oeroude barbaarsheid weer de kop op. Minstens 150 partijleden waren daarbij betrokken, maar er volgden geen echte straffen : de zaak werd in de doofpot gestopt uit vrees dat er iets over zou uitlekken naar Hong Kong.

Tibet

File:2008 Olympic Torch Relay in SF - Embarcadero 49.JPG
betogers voor een vrij Tibetfoto (c) Wikipedia

In 1966 was Jokhangtempel in Tibet een van de weinige heiligdommen die niet reeds door de Chinezen was geplunderd en ontwijd. Hij genoot de semiofficiële bescherming van de Panchen Lama, die door de communisten als een betrouwbare collaborateur werd beschouwd. Hij was erin geslaagd kunstvoorwerpen en manuscripten uit andere kloosters daar in veiligheid te brengen. De tempel was een unieke schatkamer van boeddhistische religieuze kunst en kennis… tot de Rode Gardisten kwamen. Ze verbrandden onvervangbare manuscripten, ze gebruikten bladen uit heilige boeken als toiletpapier, onthoofdden Boeddhabeelden, ze hakten inscripties en fresco’s weg. Gouden en zilveren kunstvoorwerpen werden geroofd en omgesmolten. Een deel van de tempel werd steen voor steen gesloopt, de gebinten, de meubels en de houten altaarstukken werden als brandhout verkocht. Het karkas van de tempel werd gebruikt als slachthuis en als varkenshok. In enkele maanden tijd zouden bijna alle heiligdommen en kloosters in heel Tibet hetzelfde lot ondergaan.

File:Flag of Tibet.svg
vlag van Tibet

Op het platteland werd een stompzinnige collectivisatie doorgevoerd. De traditionele Tibetaanse gerst, het enige graangewas dat op die hoogte nog kon gedijen, werd verboden. De boeren moesten rijst en tarwe aanplanten, wat in dat klimaat tot mislukking was gedoemd. De Rode Gardisten doodden de kudden schapen, geiten en yaks die voor de nomaden de enige bron van inkomsten waren, en dwongen hen in de communes te werken. In alle privéwoningen moesten alle religieuze voorwerpen vernietigd worden : boeken, huisaltaren, muziekinstrumenten, gebedsvlaggen, stenen gegraveerd met heilige mantra’s, rotsschilderingen en bas-reliëfs in de bergwanden.

Overal werden portretten van Mao opgehangen. Net zoals in China zelf moest iedereen voortdurend het Rode Boekje bij zich dragen. De Rode Gardisten hielden naar willekeur mensen tegen en droegen hen op een gedeelte van Mao’s “Gedachten” uit het hoofd te reciteren. Wie dat niet kon, werd gearresteerd. De praktijk van publieke schuldbekentenissen en zelfkritieken werd nog wreder dan tevoren. Mensen werden gedwongen hun familieleden in het publiek op een schavot te folteren. Vrouwen werden op zo’n schavot verkracht door benden gardisten. Een man werd gedwongen in het publiek seks te hebben met zijn dochter. Verminking werd een routine : het afsnijden van oren of vingers, het uitrukken van de tong, het afhakken van een arm, het verbranden van ogen en geslachtsorganen. Zo werd het socialisme er in Tibet ingehamerd. Het boek “Tears of Blood” van Mary Craig is hieromtrent aanbevolen lectuur.

Madame Mao

Mao Tse-Tung (1893-1976), Chinees communistenleider en massamoordenaar

Mao’s echtgenote Jiang Qing was duidelijke verslaafd aan macht… en aan seks met machtige mannen. Als opera-actrice had ze in de jaren ’30 vele affaires met kopstukken van het Kwomintang-regime. In 1939 trouwde zij met Mao, die toen aan het hoofd stond van de Chinese Communistische Partij. In 1963 verving zij het klassieke repertoire van de Opera van Peking door revolutionaire propagandastukken die Mao verheerlijkten. Zij werkte ijverig mee aan de wreedheden van de Culturele Revolutie en zij maakte daar gebruik van om alle getuigen te liquideren die bezwarende feiten uit haar Kwomintang-periode aan het licht zouden kunnen brengen.

In 1969 werd zij lid van het Politbureau en voerde met groot enthousiasme Mao’s bevelen uit. Na zijn dood, in 1976, werd zij samen met de Bende van Vier gearresteerd. Zij beweerde toen dat zij alleen maar “Mao’s hond” was geweest en dat zij alleen uit angst al zijn bevelen had opgevolgd. Dat was vrijwel zeker gelogen. Ze kreeg de doodstraf, maar die werd omgezet in levenslang. In 1991 pleegde ze zelfmoord.

“Mei ’68 kan alleen maar begrepen worden als een afkooksel van Mao’s Culturele Revolutie”

Erfenis

Maoïsten (PVDA) aan Agfa-Gevaert

Ondanks al die gruwelen kreeg de Culturele Revolutie ook in het Westen veel navolgers, bewonderaars en goedpraters. Mei ’68 kan alleen maar begrepen worden als een afkooksel van Mao’s Culturele Revolutie. Overal werd het “Rode Boekje voor Scholieren” verspreid. Posters met Mao’s tronie hingen in klaslokalen en aula’s. In het Westen werden geen mensen vermoord en minder materiële schade aangericht, maar de verwoesting in termen van immateriële waarden, tradities en ethiek was even groot.

Mao’s erfenis leeft nog steeds voort. Een van de giftigste erfenissen uit de Mao-periode is het begrip van erfelijke schuld. Dat is nu een kernpunt in de Critical Race Theory en van het marxisme van Black Lives Matter. In het oude marxisme werden mensen vermoord omdat ze tot de ‘verkeerde’ klasse behoorden. In Mao’s variant waren mensen al schuldig als hun voorouders intellectuelen, grondbezitters of kapitalisten waren geweest. Schuld werd erfelijk. Ook de praktijk van afgedwongen schuldbekentenissen en excuses voor dingen die onze voorvaderen eeuwen geleden zouden hebben gedaan, is imitatie-maoïsme. Normaal denkende mensen weten dat men alleen schuldig kan zijn aan iets dat men zélf heeft gedaan. Wat onze voorouders misschien ook hebben gedaan of nagelaten, wij zijn daar niet moreel verantwoordelijk voor en we moeten er ook niet voor boeten. Maar die maoïstische waanzin, nu vermengd met antiblank racisme, is nog alomtegenwoordig.


Aanbevolen boeken

  • “Zoon van de Revolutie”, Liang Heng en Judith Shapiro
  • “Wilde Zwanen”, Jung Chang
  • “Mao, het onbekende verhaal”, Jung Chang
  • “Bittere kou”, Harry Wu

Wilde zwanen

Foto’s (c) Gazet van Hove.